Doelstellingen

  

Terug naar boven

Leerresultaten

De masteropleiding heeft tot doel de studenten te brengen tot een gevorderd niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk functioneren in het algemeen en aan het specifiek domein van de criminologie in het bijzonder, dat noodzakelijk is voor de autonome beoefening van wetenschappen of voor de aanwending van wetenschappelijke kennis in de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen.
De Master Criminologie richt zich specifiek op de toepassing van de basisdisciplines in de humane wetenschappen op het terrein van criminaliteit (o.a. voorkomen, oorzaken en reacties).
Specialisatie op deelterreinen zoals de studie van de straf en de functionering van de strafrechtsbedeling, de studie van de jeugdcriminologie en de studie van veiligheid en politie, alsook de confrontatie met praktijk en beleid worden mogelijk gemaakt doorheen verschillende profielen met eigen hoor- en werkcolleges. Met de meesterproef past de student de verworven theoretische en methodologische kennis op een autonome wijze toe op een zelf gekozen onderzoeksthema.
Leerresultaten
-Het beheersen van algemene competenties op een gevorderd niveau, zoals het vermogen om op een wetenschappelijke wijze te denken en handelen, het kunnen omgaan met complexe problemen en het vermogen tot oordeelsvorming in een onzekere context. De masterstudent beschikt over de nodige intellectuele openheid voor een veelzijdige en genuanceerde probleembenadering. Daar waar de eisen inzake talenkennis op bachelorniveau zich eerder beperken tot passieve kennis (het begrijpen en analyseren van anderstalige wetenschappelijke teksten), wordt van de masterstudent een actieve talenkennis (het schrijven en presenteren van anderstalige wetenschappelijke teksten) verwacht, tenminste wat betreft Frans en Engels.
-Het beheersen van algemene wetenschappelijke competenties op een gevorderd niveau, zoals het kunnen gebruiken van methoden en technieken in onderzoek en het kunnen samenwerken in een multidisciplinaire omgeving. De afgestudeerde masterstudent kan criminologische vraagstellingen wetenschappelijk formuleren en analyseren (schriftelijk en mondeling) en wetenschappelijk onderbouwde stellingen innemen. Hij/zij beschikt tevens over een zuil- en disciplinedoorbrekende houding: openheid voor verschillende probleemdefinities en onderzoeksmethoden.
-Een gevorderd begrip van en inzicht in de wetenschappelijk-disciplinaire kennis eigen aan het domein van de criminologie. Vanuit de wetenschappelijke expertise die binnen de vakgroep criminologie aanwezig is, worden werkcolleges met specifieke gerichtheid op een (deel)domein van de criminologie georganiseerd. Naast kennis van en inzicht in de criminologische theorievorming en de Belgische criminologische politiek, wordt eveneens begrip van de Europese en internationale criminologische politiek nagestreefd (o.a. via seminaries in vergelijkend onderzoek en uitwisselingsprogramma's met buitenlandse universiteiten en Europese of internationale instellingen).
-Het beheersen van de algemene en specifieke beroepsgerichte competenties nodig voor de zelfstandige aanwending van wetenschappelijke kennis op niveau van een (beginnend) beroepsbeoefenaar. Hierbij wordt vooral de nadruk gelegd op vaardigheden nodig voor leidinggevende en beleidsgerichte functies (kritisch en zelfstandig denken en handelen, leiding geven aan een team, communicatievaardigheden, enz.). Daarnaast dient de masterstudent ook die competenties te beheersen die noodzakelijk zijn voor het zelfstandig kunnen verrichten van wetenschappelijk onderzoek (cf. de meesterproef).
Na het afronden van de masteropleiding bezitten de studenten algemene competenties op een gevorderd niveau, zoals denken en handelen op een wetenschappelijke wijze, het vermogen om te gaan met complexe problemen en het vermogen om te reflecteren op het eigen denken en werken, het kunnen ontwikkelen van meer adequate oplossingen en het vermogen tot oordeelsvorming in een onzekere context. De studenten beheersen ook algemene wetenschappelijke competenties op een gevorderd niveau zoals het kunnen gebruiken van methoden en technieken in onderzoek, het kunnen ontwerpen van onderzoek, het kunnen toepassen van paradigma's in het domein van de wetenschappen en het kunnen aanduiden van de grenzen ervan, het vermogen tot originaliteit en creativiteit met het oog op de voortdurende uitbreiding van de kennis en inzichten en het samen kunnen werken in een multidisciplinaire omgeving. De studenten beheersen ten slotte hetzij de competenties die nodig zijn voor het zelfstandig verrichten van wetenschappelijk onderzoek op het niveau van een beginnende onderzoeker, hetzij de algemene en beroepsgerichte competenties die nodig zijn voor de zelfstandige aanwending van criminologische kennis op het niveau van een beginnende beroepsbeoefenaar.

 

Terug naar boven

Studieplannen

In het kader van dit studieprogramma, zijn de volgende afstudeerplannen mogelijk:

PR profiel jeugdcriminologie en criminaliteit & de stad
PR profiel jeugdcriminologie en politie & veiligheid
PR profiel penologie en criminaliteit & de stad
PR profiel penologie en jeugdcriminologie
PR profiel penologie en politie & veiligheid
PR profiel politie & veiligheid en criminaliteit & de stad

Terug naar boven